Home

Shadowdancer's reflecties

De ukkie verhalen
aantekeningen over de kinderen

De vakantieverhalen
Avonturen op vakantie

Priet en andere praat

Foto's

Contact

Naar de wereld der dromen

Zon en Maan

Donderdag 26-07: Een tochtje naar Kerkyra

De laatste paar dagen heb ik, geloof ik, vooral slapend doorgebracht. Ik kan me niet herinneren dat er ooit eerder een vakantie was waarbij ik in het begin zo moe was. Als ik niet lag te slapen, was ik aan het bijkomen of was ik alweer moe. Dinsdagavond hadden we wat gegeten bij Woody's, een restaurantje aan de zee naast het restaurant van de eigenaars van ons appartement - niet bepaald een spectaculair restaurant, maar de kinderen waren zeer tevreden met hun kipnuggets en friet en hun kindercoctail. Harald en ik hadden het plan om wanneer de kinderen in bed lagen nog even terug te gaan en zelf een 'grote-mensen-coctail' te nemen, maar ik voelde me zo instorten dat we tegelijkertijd met de kinderen naar bed zijn gegaan.

Uiteraard lag ik vervolgens natuurlijk nog een uur wakker. Lang genoeg, in elk geval, om nog te zien dat de kinderen toch het licht hadden aangedaan om wat te lezen, en wat later om te merken dat weliswaar toen het licht bij hen uit was, maar ze het gordijn hadden opengeschoven om bij het licht van de straatlantaarn verder te lezen.

Dinsdag hebben we vooral bij het zwembad naast het appartement rondgehangen. Woensdagochtend zijn we eerst het dorpje Acharavi ingegaan en daarna gaan zwemmen. De makkelijke vakantiejaren zijn voorbij, zo lijkt het. Zodra we iets gaan doen dat de meisjes niet leuk vinden - kortweg: iets anders dan zwemmen in het zwembad - wordt er langdurig en heftig geprotesteerd. Ik vind het niet leuk. Dit is saai. Het is zo warm. Ik heb zo'n dorst. Ik heb trek. Ik verveel me. Ik vind dit helemaal niet leuk. Kunnen we niet gaan zwemmen? Gaan we niet zwemmen vandaag? Het is zo ontzettend warm! En saai. Enzovoorts. Tijdens de wandeling in het dorp. Zodra Harald en ik opperen om het zwembad te verlaten. Zodra we opperen om een keer in de zee te zwemmen in plaats van in het kleine, veel te warme zwembad. Of zoals toen we, vandaag, naar Kerkyra gingen.

Het nadeel daarvan is dat Acharavi helemaal aan de noordzijde van het eiland is, en dat het wel een goed uur rijden is per bus naar Kerkyra. En we hadden wel erg gruwelijk uitgeslapen vanochtend: ik werd pas om bij half elf wakker.

Met ontbijten en aankleden gaat veel minder tijd gemoeid hier dan in Nederland, maar toch was het een uur later voordat we goed en wel klaar waren om te vertrekken. We wandelden door de hete zon naar het dorp - de eerste twee dagen hadden we wat last van bewolking, maar die is ondertussen helemaal weggetrokken en de temperaturen hebben hun vertrouwde waarden van 'in de dertig graden' weer bereikt. Het gemopper begon toen al.

De bus zou al over twintig minuten komen, wat voor Griekse begrippen behoorlijk vlot was. Voor hetzelfde geld hadden we de bus op tien minuten gemist en hadden we dus zo'n twee uur moeten wachten. Helaas hanteren ook de bussen hier de mediterrane mentaliteit en dus kwam onze bus rustig twintig minuten te laat. Veertig minuten gemopper van de meiden. "Het is zo warm en ik verveel me en dit is de stomste dag van de vakantie en kunnen we niet gaan zwemmen..." Maar hoera, daar kwam iets groens aan.

Helaas, de bus naar Cassiopi. Maar gelukkig kwam meteen de bus naar Kerkyra daar achteraan, dus we konden eindelijk vertrekken.

Een lange rit door de heuvels van het groene eiland volgden. Het kon de meisjes niet bekoren. Esther zat op de Nintendo te spelen en Rachel zat zich te vervelen want ze kon niet lezen in de bus.

Aangekomen in Kerkyra bleek dat we maar twee uur hadden voordat de bus terug ging. Om zes uur 's avonds ging er geen bus, daarna pas weer om acht uur, en we wilden het de kinderen niet aandoen om zo lang daar te blijven. Ze wilden ook nog zwemmen, vandaag..

We liepen we langs het oude fort en de haven naar de binnenstad. De kinderen hadden het warm enzovoorts en vooral enzovoorts, en dus gingen we op zoek naar een ijsje. Nee, naar IJS. Sorbets, dat soort dingen.

Eindelijk bereikten we het oude centrum en we ploften neer bij de eerste de beste taverna die we zagen. Nooit doen natuurlijk, zoiets, en normaal gesproken zouden we dat ook niet hebben gedaan - maar nu hadden we twee vermoeide, oververhitte en jengelende meisjes bij ons die alleen maar ijs wilden, en wel nu. We hadden niet uitgebreid ontbeten en dus hadden Harald en ik ook wel trek in iets stevigers, maar toen we de prijzen op de kaart zagen sloeg de schrik ons om het hart. Hier gaan eten betekende het einde van ons dagbudget, oftewel: daag, budget!

Rachel kreeg haar mega-ijs - banana-split, wat ze erg lekker vond behalve de banaan - en Esther kreeg haar aardbei-milkshake. Harald en ik hielden het op een cola en een cola-light. Rip-off nummer twee: ik kreeg een blikje cola (33 cl.), Harald een flesje cola-light waar maar 25 cl. in zat - maar ze kostten wel allebei even veel. De dame die ons bediende stond naast ons te kijken met een brede, wat valse grijns, alsof ze uit wilde stralen dat ze wist dat ze ons een poot aan het uitdraaien was, en wist dat wij dat wisten, ook.

Banaan
Heel veel ijs, heel veel banaan...

Terwijl Esther zich dapper een weg door de milkshake heen dronk, aten Harald en ik samen de banaan van Rachel's ijs op. Daarna betaalden we mokkend, stonden op en doken als een speer de smalle straatjes van Kerkyra in.

We hadden niet veel tijd, dus we konden niet naar de Esplanade, of ergens lang blijven staan. We bekeken de vele winkeltjes, kochten een paar dingen - geconfijte kumquat, nootjes in honing - maar we konden geen 'vriendje voor Pup' vinden voor Esther, en geen nieuwe oorbellen voor Rachel.

We renden dus door de kleine straatjes en keken op de kaart - dit is echt een stad om makkelijk in te verdwalen - waar het busstation was. Dat was daar, wij waren, even zoeken, hier, dus dat werd nog doorlopen. Het was over half vier en de meeste winkels hier aan de rand van het centrum waren al dicht.

Ondertussen moest Harald erg nodig naar een zekere plaats en hij zag het niet zitten het in de bus nog een uur te moeten ophouden.

Dan maar onderweg even een ijssalon hier. "Kan ik even van het toilet gebruik maken?"

"Ja hoor," klonk het wat bruuske antwoord. "Kost een euro."

Grommend betaalde Harald, loosde wat vocht en rende weer terug. Vlak om de hoek was het busstation, waar ook een paar taverna's zaten, en in de bus zelf bleek ook een toilet te zijn. Rip-off nummer drie. Ons bezoek aan Kerkyra kon leuker, kortom.
Weer een uur in de bus terug. Esther's nintendo was leeg, dus nu hadden we twee kinderen die zich zaten te vervelen. Maar nu hadden we tenminste iets om naar uit te kijken: wanneer we terug waren, konden we eindelijk gaan zwemmen...

Eindelijk stopte de bus: "Acharavi Centre!" riep een man. We stapten uit en wilden terug lopen naar het appartement. Maar het eerste winkeltje dat we tegen kwamen had sieraden - geen dure dingen zoals de juweliers die een groot deel van de toeristenwinkeltjes vormden, maar ook niet de mega-grote kitch-dingen uit de andere helft van de toeristenwinkeltjes. Ik keek even of ik er iets voor Rachel bij vond. Hoe ze het voor elkaar gekregen heeft, weet ik niet, maar ze is een van haar gouden ringetjes kwijt geraakt. Ik heb nog de vage hoop dat we die in het appartement terug vinden, maar hoe dan ook is het geen goed idee om haar twee weken zonder oorbel te laten lopen.

Dit zag er in elk geval uit als een winkeltje waar ze leuke dingen hadden. Ik snuffelde even en had al gauw twee zilveren oorbelletjes met blauwe parelmoer-achtige vlinders gevonden. Voor Esther zag ik twee oorbelletjes van hetzelfde model, maar dan met dolfijnen. Ik liep naar de kassa in dit zakformaat winkeltje en keek ondertussen rond, op zoek naar de eigenaar.

Die was net naar binnen gekomen en begon grapjes te maken met de kinderen. "Hi, what is your name?" vroeg hij aan Rachel.

"Rachel, zei mijn grote dochter. Ze sprak het op z'n engels uit, 'Reesjel', in plaats van 'Rasjel' zoals ze anders altijd iedereen verbetert die het verkeerd zegt.

"And what is your name?" vroeg hij aan Esther. Esther kreeg acuut een aanval van verlegenheid en gaf geen antwoord. Hij begon te raden, maar na drie pogingen vertelde ik haar naam maar. "Do you like blue? Is that your favorite colour?" vroeg hij, wijzend naar Esther's blauwe shirt. Hij nam haar mee naar een rek naast die van de oorbellen en hangers, waar armbandjes aan hingen. Daar pakte hij er een van, deed die om Esther's pols. Nee, te groot. Hij pakte een kleinere, ook blauw, deed die om. Ja, die zat goed.

Even later kreeg Rachel er ook een, een roze, omdat zij een roze jurk aan had.

Terwijl ik afrekende (na nog snel de dolfijnen-oorbellen verwisseld te hebben voor een hanger, want ide oorbellen waren wel een beetje groot voor het purretje) kreeg Harald nog een aansteker met een 'laserlampje', helderblauw maar niet sterk genoeg voor een echte laser. De man vertelde me spontaan dat hij zelf ook vier dochters had, twee tweelingen. Hij was gek op kinderen, vertelde hij, omdat hij zelf zijn moeder nauwelijks gekend had, ze was gestorven toen hij heel jong was. Voordat hij kwam had ze lang geprobeerd kinderen te krijgen, maar steeds eindigde de zwangerschap na een paar maanden in een miskraam. En toen hij eindelijk geboren was, ging ze dus kort daarna zelf dood.

Zomaar een kort contact, even, in een winkeltje. Wat een contrast met die rip-off in Kerkyra.

Toen we weggingen, grijnsde ik. Harald en de kinderen hadden allebei iets gekregen, alleen arme zielige mama niet. Maar ik heb een verhaal gekregen, een die nu hier opgetekend staat, en dat is veel mooier dan welk cadeau ook. Zulke ontmoetingen, hoe kort ook, zijn toch veel waardevoller?

Vorige - Volgende