Home

Shadowdancer's reflecties

De ukkie verhalen
aantekeningen over de kinderen

De vakantieverhalen
Avonturen op vakantie

Priet en andere praat

Foto's

Contact

Naar de wereld der dromen

Zon en Maan

Zondag 28-07: Vulkanisch westen en het versteende woud

De tweede excursie van de vakantie. Vandaag gaan we naar het westen van het eiland. Maar een beetje Griekse excursie is natuurlijk niet compleet zonder een klooster of twee en dus zitten we nu op een terrasje bij het Limonos-klooster. Dit is het grootste klooster van het eiland, deels toegankelijk voor vrouwen. In een kerkje waar we wel in mochten hebben de meisjes weer een kaarsje voor Romy aangestoken. Ik denk dat hij dat wel gewaarderd zou hebben.

Vrouwen mochten daarentegen niet naar het centrale plein en de centrale kerk. (Harald is daar wel naar binnen gegaan, met mijn camera, en heeft een paar foto's gemaakt. Dat ik die gezien heb is natuurlijk niet relevant, ik ben er tenslotte niet binnen geweest...)

Om de meiden uit te leggen waarom vrouwen daar niet in mochten was een klein stukje godsdienstonderwijs vereist: het verhaal van het paradijs en de appel en de slang.

Om het klooster heen staan allemaal kleine kapelletjes, een stuk of zestig in totaal. Op een binnenplaatsje in het klooster zelf stond er ook een, met wat redelijk moderne muurschilderingen van Adam en Eva in het paradijs. (Op een van de muurschilderingen zat Adam te kijken naar een leeuw en een zebra en nog zo wat dieren. "Wat is dat"? wilden de meiden weten. Mijn antwoord: "Het safarihoekje van het paradijs.") De boom en de slang stonden er helaas niet op afgebeeld.

De meiden vonden het speeltuintje bij de kleine taverna veel en veel interessanter.

De volgende stop (afgezien van een fotostop iets boven het klooster) was een tweede klooster, een stuk kleiner en bewoond door maar twee monniken. De reisleidster vertelde dat ze vroeger de monniken steeds vaker de deur dichtdeden op het moment dat de touringcar vol toeristen verscheen en dat ze dan gewoon niet thuis gaven. Daarom hebben ze deze stop een tijd lang overgeslagen, totdat ze dit seizoen toch maar besloten het weer te proberen. Sindsdien is wel elke zondag de deur weer open geweest, maar de monniken zijn de ene keer vriendelijker dan de andere. Deze keer leken ze een goede bui te hebben - en hier mochten vrouwen wel de centrale kerk in, trouwens.
We hebben rondgekeken in het kerkje, van het aparte uitzicht genoten, in het museumpje rondgekeken. Er liepen drie katten rond, die net zo wereldvreemd waren als de monniken en die zich niet wilden laten aaien.

Daarna hebben we de monnik in het museumpje bedankt en de andere monnik gedag gezegd (ik vermoed dat hij het 'Adio' wel kon waarderen) en gingen via de met geitenkeutels bestrooide trap weer naar beneden.

Dit klooster, zo werd ons verteld, staat op een dode vulkaan die nog nooit is uitgebarsten. "Hoe kan het dan een vulkaan zijn als er nooit een uitbarsting is geweest?" vroeg Rachel zich heel slim af.

Gelukkig had de reisleidster daar wel een antwoord op: "Ze hebben metingen gedaan op de berg en daaruit bleek dat er wel degelijk vulkanische activiteit had plaatsgevonden binnen de berg." Okee, dus toch een vulkaan, ook al had deze nog nooit boem gezegd. En omdat het nu een dode vulkaan was, zou die ook nooit meer boem doen.

Maanlandschap

Esther op de weg naar het kleine klooster, op de achtergrond het desolate 'maanlandschap'. Met windmolens, dat dan weer wel.

Van daaruit gingen we door naar Sigri, naar het museum van het versteende woud. Dit is zo'n 20 miljoen jaar geleden toen een uitbarsting die Lefkas losscheurde van het vasteland het tropisch woud in het westen bedolf onder een kilometers dikke laag as. Het hout werd langzaam vervangen door mineralen en versteende geleidelijk aan, kwam uiteindelijk langzamerhand te voorschijn door erosie van de bovenlaag.

Inderdaad, indrukwekkend, die stukken versteend hout. Lange boomstammen, korte en dikke, stukken steen met fossiele bladeren, en buiten in het parkje dat bij het museum stond nog een aantal versteende boomstronken, met de versteende wortels nog in de grond.

We hebben hier een tijdje rondgezworven. Dit hele deel van het eiland is een groot beschermd stuk en er is een tijd geleden ontdekt dat onder dit versteende woud zich zelfs nog een versteend wou bevindt, dat nog langer geleden ontstaan is door de uitbarsting van een van de andere vulkanen.

Daarna zijn we naar een ander kustplaatsje gereden en daar hebben we gelunched - beetje late lunch weliswaar - bij een kleine familietaverna. Rachel teleurgesteld, want ze wilde een club sandwich en die hadden ze daar niet. In plaats daarvan namen we wat mezes en dat vond Rachel dan weer helemaal niets, want we wilden dat ze van al die kleine hapjes wat zou proeven. Garnalensalade met mayonaise: mwoh, dat viel dan nog wel mee. (Esther vond deze heerlijk, trouwens). Salade van groene bonen: wat deden we haar aan?! Gebakken schijfjes courgette: vreselijk. De saganaki (gebakken feta) kwam wat later, tot haar grote geluk, want die had ze vast ook niet lekker gevonden. Alleen het brood en de patat kon haar goedkeuring verdragen. Esther had er aanmerkelijk minder moeite mee.

Toen het eten eenmaal goed en wel op was gingen we zwemmen. Het water bleef in deze baai heel lang ondiep en Harald en  ik moesten een flink stuk lopen voordat we tot onze schouders in het water kwamen. Doorgaan totdat we niet meer konden staan was wel erg ver uit de kust en dat deden we dus maar niet.

We zwommen en wandelden langzaam terug naar het strand. Rachel was daar een zandkasteel aan het bouwen, Esther pendelde heen en weer tussen grote zus en ons. En daarna was het langzamerhand weer tijd om de spullen bij elkaar te graven, ons af te spoelen (door dat ondiepe water zat het zand overal, en dan bedoel ik ook echt *overal*) en daarna weer naar de bus te gaan.

Onderweg terug maakten we nog een korte stop bij een vijver waar waterschildpadjes in woonden (schattig) en daarna werden we weer netjes afgeleverd voor ons appartement.

's Avonds, na een lange en uitgebreide douche, gingen we eten in het restaurant 'bij de katjes'. Rachel en Esther vroegen al een paar dagen om een 'horrorverhaal', Esther wilde eerst een verhaal horen wat ik al verteld had, maar daar had ik geen zin in. Okee, dan maar een nieuwe. 

Eenmaal in het restaurant, toen de meiden al klaar waren met eten en nog niet op hun tablets mochten, begon ik te vertellen. Ik zoog ter plekke een verhaal uit mijn duim over twee kinderen, die midden in de nacht werden gewekt door een harde donderslag en een felle bliksemflits, en die toen uit hun bedden werden gehaald door een soort van reus, die ze in een zak stopte en ze mee nam. Een van de kinderen ontdekte een klein gaatje in de zak en kon het steeds groter maken, maar toen zaten ze nog steeds hoog boven de grond. Gelukkig stapte de reus net door het Gooimeer en konden de kinderen zich in het water laten zakken. Daar werden ze gered door hun vader, die net op dat moment langs kwam fietsen (Haralds input in het verhaal, waardoor ik nog even de laatste happen kon nemen) en kwam de moeder ze ophalen met de auto, met een paar grote warme fluffige handdoeken en droge nachtjponnetjes. Einde verhaal.

Twee tafels verderop zaten twee Nederlandse dames mee te luisteren, iets wat ik totaal niet merkte: Rachel keek me met grote ogen aan en Esther luisterde met duim in haar mond, twee meiden met volle aandacht. Toen het verhaal was afgelopen zei een van de dames: "Mag ik bij jullie komen wonen? Ik wil ook wel elke avond zo'n mooi verhaal!"