Home

Shadowdancer's reflecties

De ukkie verhalen
aantekeningen over de kinderen

De vakantieverhalen
Avonturen op vakantie

Priet en andere praat

Foto's

Contact

Naar de wereld der dromen

Zon en Maan

Vrijdag 05-08: Pécs

Het was gisteren dat we besloten vandaag al naar huis te gaan. Het nieuws over katertje Sterne werd er niet beter op - ook niet slechter, gelukkig, ik verwachtte gisterenochtend eigenlijk niet dat hij de avond nog zou halen. Maar Sterne is een koppig katertje en hij was iets beter dan de dagen ervoor, hoewel hij nog steeds niet wilde eten. Hij heeft dus anderhalve dag bij de dierenarts gelogeerd en kreeg daar geforceerd voeding naar binnen, en toen hij vanavond door mijn moeder werd opgehaald kregen ze spuitjes mee om de wol thuis ook te forceren wat te eten.

Maar goed, we hadden dus nog een dag in Hongarije en besloten er nog wat leuks van te maken. Helaas werkte het weer niet echt goed mee, dus een tweede keer richting Balatonmeer had weinig zin.

Na bladeren in een boekje over Hongarije kwam Harald met het idee om naar Pécs te gaan. Dat scheen ook wel een stad met wat bezienswaardigheden te zijn, en wie weet, ook wat toeristensnuffeldingen.

Onderweg naar Pécs bleef het weer maar tegenwerken. We kregen een paar flinke hoosbuien over ons heen. Toen we eenmaal goed en wel vlak bij het stadje waren en een grote supermarkt aan de rand zagen, besloten we daar te stoppen en boodschappen in te slaan - spullen voor de reis terug en dingen die we mee wilden nemen naar Nederland, zoals ingrediënten voor een echte goulash en, traditioneel, plaatselijke booze.

Toen we uitstapten, hield het op met zachtjes regenen en gingen de sluizen pas goed open. Ook zagen we de eerste weerlichten en hoorden we gerommel in de verte. We renden de supermarkt in en deden onze inkopen.

In het complex, zo'n beetje ter grootte van de voormalige Maxis bij Amsterdam, hoorden we de regen op het aluminium dak roffelen en nog steeds het gerommel van de donder, duidelijk hoorbaar boven het geroezemoes van andere winkelende mensen en de verplichte muzak. En toen we bij de kassa stonden, zag ik zo'n heldere bliksemflits dat deze zelfs midden in de winkel zichtbaar was.

Okee, dit was geen gewoon onweersbuitje meer, dit was een wolkbreuk.

We renden terug naar de auto, gooiden de spullen in de achterbak en renden toen terug om de kinderen op te halen. Toen zij instapten, klonk er een donderende slag. De supermarkt lag redelijk hoog op een heuvel en ik vermoed dat de inslag niet ver van ons af was.

De auto was in mum van tijd zo beslagen dat zelfs de blowers er niet tegenop konden en met bijna geen zicht sukkelde ik met een slakkengang het stadje Pécs in. Bij het derde stoplicht dat we tegenkwamen op die weg viel me ineens op dat deze het niet meer deed... En het stoplicht daarachter ook niet... En eigenlijk alle stoplichten die ik op die weg verder nog kon zien ook niet meer. De bliksem zal daar wel in zijn geslagen - en dat verklaarde misschien ook die drie brandweerwagens die ik ons met loeiende sirene tegemoet zag komen.

We bleven de bordjes 'Centrum' volgen totdat we ze ineens niet meer zagen. Ook zag de wijk waar we doorheen reden er niet echt centrum-achtig uit. Ergens zal ik onderweg wel een afslag  gemist hebben. De condens van de zijruiten zat aan de buitenkant en hoewel ik de voorruit dus wel helder kon houden, zag ik door de zijramen vrijwel niets.

Er stonden ondertussen nog wel bordjes die de weg wezen naar een 'Televisietoren'. Die had ik inderdaad in de verte wel zien liggen, op de heuvel aan de andere kant van Pécs. Ik vermoedde dat ze er niet naar zouden verwijzen als je die toren niet in zou mogen -  zodat je daar aan zou komen, er een rondje omheen zo lopen en kunnen zeggen: yup, da's een televisietoren, inderdaad.

Nee, ik hoopte op iets interessanters: een restaurant in de toren, of zo.

Hoewel het ondertussen iets minder heftig was gaan regenen, leek het erop dat het voorlopig niet zou stoppen. Om met dit weer door de stad te slenteren had weinig zin en dus besloten we inderdaad maar richting televisietoren te gaan.

Deze lag dus daadwerkelijk bovenop de heuvel. De weg kronkelde zich omhoog - nog niet zo steil als een bepaalde hoogteweg die ik kende van Oostenrijk, maar steil genoeg om heel rustig te blijven rijden. Gelukkig was er weinig verkeer.

Eindelijk, daar was de beloofde toren. We parkeerden de auto. Het feit dat er daar verschillende parkeerplaatsen waren gaf aan dat er hier inderdaad iets te doen moest zijn. Het leek in elk geval het beginpunt van een recreatiegebied, waar mensen lekker konden wandelen. Met beter weer dan toch.

We liepen naar de toren en eromheen. Indrukwekkend om er zo onder te staan. Ik zag de stalen kabels die aan verschillende kanten van de toren naar beneden liepen en die waarschijnlijk waren verbonden met een grote bliksemafleider bovenaan. Het rommelde nog steeds en de toren was verreweg het hoogste punt in de omgeving.

Deurtje 1: dicht en op slot. Deurtje 2: idem. Deurtje 3: warempel, open! Ik maakte aanstalten om naar binnen te gaan. Dat leek Rachel niet zo'n goed idee: "Nee! Dat vind ik eng!"

En natuurlijk: "Mogen we wel naar binnen?" Tja, als het niet had gemogen, was mijn logische redenering, had deze deur ook wel op slot gezeten. We wandelden naar binnen en zagen een lift, die uitnodigend open stond. In de lift stond een man en die vroeg naar onze 'tickets'. Tickets? Hadden we niet. Waar konden we tickets krijgen? De man wees naar een kioskje dat tegenover de televisietoren stond en er erg gesloten uitzag.

Maar schijn bedroog, want er bleek een klein luikje opengeschoven te zijn en daarachter zat een verveeld kijkend persoon een puzzel te maken.

Even later stapten we, vier tickets rijker, de lift in. In de lift hingen foto's van de toren, het uitzicht en een schema van de toren.

Daarop konden we zien dat de totale hoogte bijna 200 meter was en dat het restaurant - zie je wel! - op 75 meter hoogte lag.
Pling! De lift ging open en we stuiterden het restaurant in. En ja hoor: wauw, wat een uitzicht! De heuvel waarop de toren stond was zelf ook nog zo'n 400 meter hoog, dus we konden tot in de wijde omtrek kijken. Ware het niet dat het nog steeds regende en er dus nog geregeld wolken boven de stad en in de verte dobberden.

We besloten hier een echte maaltijd te bestellen en die avond gewoon wat brood of iets dergelijks te eten. Terwijl we wachtten op ons eten speelden we een nieuw spelletje Varkens Pesten.     

Na het eten – goed eetbaar, lang niet zo spectaculair als het uitzicht – keken we nog even rond aan de andere kant van de toren. Daar was ook een mini-tentoonstelling over de geschiedenis van de heuvels waarop Pécs gebouwd was, inclusief een heel groot stuk versteend hout, fossielen en reconstructies van een dinosauriër of twee. Niet op ware grootte, het moest ten slotte nog passen in die zijkamer van het restaurant.

Toen we hadden afgerekend gingen we nog even een verdieping naar boven met de wenteltrap – het enige deel van de trap dat toegankelijk was voor publiek. Nu kwamen we in een deel van de toren dat daadwerkelijk in de buitenlucht was: als je wilde kon je naar de balustrade lopen en daar overheen kijken naar het schitterende uitzicht. Niet dat de kinderen dat wilde, en Harald was er ook niet happig op, dus ik deed het ook maar niet. Ze hebben hier vast geen problemen met springers!

Dicht rond de toren zelf was een iets hoger stuk met een extra railing en van daaruit kon je ook alles prima zien. De kinderen vonden het maar koud – op die hoogte waaide het natuurlijk behoorlijk en het was nog steeds nat – dus bleven we hier niet lang.

Eenmaal beneden en in de auto reden we voorzichtig weer terug naar Pécs en ditmaal slaagden we er wel in het centrum te vinden. We hebben er nog wat rondgewandeld. Er viel niet erg veel te shoppen, maar we trotseerden de regen en liepen over het Széchenyi-plein, langs een paar fraaie fonteinen – een ervan, in de vorm van een trap, leek eerst overstroomd te zijn door de regen, totdat we nog eens goed keken – en langs een voormalige moskee, nog achtergelaten door de turken.

Moskee en fontein
Voormalige moskee, met links de trapfontein

Daarna wandelden we naar de Dom, maar onderweg kwamen we langs een opvallende muur: aan het hekwerk wemelde het van de sloten. Hangsloten in alle vormen en maten, sloten die waren vastgemaakt aan sloten die weer vastgemaakt waren aan andere sloten. Sommige waren duidelijk oud en verroest, andere glommen nog van nieuwheid. Een duidelijk verliefd paartje stond met de armen om elkaar heen geslagen ernaar te kijken.

Slotenmuur
Rachel is gefascineerd, Esther ligt helemaal in een deuk om al die sloten…

Ik bekeek de sloten wat nauwkeuriger en zag dat op veel ervan namen stonden. Verschillende sloten hadden een apart plaatje waar de namen in waren gegraveerd, bij andere sloten waren ze er direct in gegraveerd en een paar hadden gewoon simpelweg de namen met stift erop gezet. Er ging mij een licht op. Het waren liefdessloten. Later vond ik uit dat dit fenomeen hier in Pécs begonnen schijnt te zijn, zo rond 1980. Namen op slot schrijven, slot vastmaken, sleutel weggooien. Het paartje dat naast ons stond had dit kennelijk net gedaan, afgaand op de innige verstrengeling en vurige kus die ze elkaar gaven.

Twee bochten en een stapel regendruppels later bereikten we de Dom van Pécs. We dropen naar binnen en kochten een paar kaartjes. "Je kunt het best beginnen met de schatkamer," zei de man achter de kassa. Waarom werd ons pas later duidelijk.

Dom van Pécs
De Dom van Pécs

De schatkamer was – zoals altijd in een dom – indrukwekkend. Nee, de kerk was bepaald niet arm. Gouden kelken en schalen, rijk gedecoreerde gewaden, bewerkte bisschopsstaven en kruizen en dergelijke parafernalia.

Terwijl ik een oude bijbel stond te bewonderen duwde Esther tegen het hek dat de schatkamer afsloot. Ik schoof het purretje opzij, want dat hek was niet om mee te spelen, en ging daarna verder met de uitleg voor Rachel.

Weer duwde het hek tegen me aan. Ik keek geïrriteerd op, maar merkte toen dat het niet Esther was die ertegen duwde, maar een van de mensen die hier werkten – de schatkamer moest dicht. Het liep tegen sluitingstijd en we moesten in hoog tempo de rest van onze bezichtiging afwerken.

De crypte was nog net open, maar tegen de tijd dat we daaruit kwamen was zelfs het souvenirwinkeltje al dicht. Jammer, het is toch altijd leuk om daar even te kijken.

We slenterden terug naar de auto, stopten alleen nog even onderweg ergens om iets te drinken en voor een sanitaire stop. Het heette een ierse pub te zijn, maar aan dat imago ontbrak wel het een en ander: in de pub waren afbeeldingen van 'beefeaters', wat toch echt uiterst engels is en niet iers, en bij de deur hing een bordje dat het 'by royal decree' verboden was om drank mee naar buiten te nemen – en sinds wanneer is Ierland een koninkrijk? En cider kenden ze ook al niet.

Samenvattend: Pécs is best een aardige stad, maar het is leuker als het weer meewerkt…