Home

Shadowdancer's reflecties

De ukkie verhalen
aantekeningen over de kinderen

De vakantieverhalen
Avonturen op vakantie

Priet en andere praat

Foto's

Contact

Naar de wereld der dromen

Zon en Maan

Zondag 31-07: Etterem? Nem etterem!

De dag begon somber, regenachtig en bewolkt, waardoor de kinderen - die veel te vroeg wakker waren - nog steeds niet in het mini-zwembadje konden dat in de tuin stond. We waren veel te moe om uitgebreid dingen te ondernemen, dus nadat mama en papa rustig wakker geworden waren, we hadden ontbeten en ons hadden gewassen (Harald onder de douche, ik daarna lui in bad) kleedden we ons aan en gingen we de omgeving verkennen. Te voet.

De kinderen begonnen al na vijftig meter te mopperen. Het was zo ver en ze waren zo moe en ze hadden dorst en gingen we nu terug? Nee, gemene papa en mama wilden doorlopen. We liepen de straat door, langs een hele reeks luid blaffende honden - de zwabber van gisterenavond was er ook bij en was nu aanmerkelijk minder bang, met een stevig hek tussen ons in. We kwamen langs een paar mini-winkels, allemaal gesloten natuurlijk, en langs een kerk. "Gaan we nu terug?"

Nee, we gingen nog steeds niet terug. Maar ondertussen had ik wel een speeltuintje in de verte zien liggen en toen we daar eenmaal waren, waren de dames weer tevreden.

Na de lunch was het nog steeds bewolkt en somber buiten. Af en toe vielen er een paar regendruppels uit de lucht. De kinderen werden met de minuut sjacherijniger en besteedden de tijd vooral met kibbelen over wie er nu met de nintendo mocht. Het had ook zijn weerslag op ons humeur: het liefst wilden we eigenlijk een hoop zon, een strand met restaurantje of een echt zwembad, en eventueel wat echte toeristenkitsch-winkeltjes in de buurt. Ik vrees dat we door de voorgaande vakanties met de kinderen, die vooral genoeg hebben aan zon en water, soft geworden zijn...

Dan maar de auto in. We pakten de kaart en zochten een stadje uit dat ons wel leuk leek. De keuze viel op Dunaföldvár, een plaatsje wat een mooie burcht scheen te hebben. Het lag hier niet eens zo heel ver vandaan, minder dan een half uur rijden. Eerst naar de snelweg, stukje tolweg op, volgende afslag er weer af en toen waren we er. Ik volgde braaf de bordjes 'centrum' en we parkeerden de auto bij de Donau.

Wat een prachtige, indrukwekkende rivier is dat toch. Heel breed, zeker stroomafwaarts van Boedapest. Nadat we even hadden staan kijken, liepen we het stadje in, op zoek naar de burcht of iets anders interessants.

De burcht bleek niet zo moeilijk te vinden te zijn. We keken even rond - het uitzicht van hieruit over de rivier was al aardig mooi en het was niet moeilijk om te bedenken waarom ze juist hier een burcht hadden gebouwd. De kinderen renden meteen naar een stuk van de muur toe en begonnen een 'huisje voor de mieren' te bouwen. Nee, een 'kasteel voor de mieren'. Ondertussen zagen mama en papa een restaurant en daar besloten we iets te gaan drinken.

Traditiegetrouw, in de vakantie, haalden we een spelletje te voorschijn en gingen we dat spelen. Rachel is nu echt oud genoeg om met een aantal spelletjes mee te doen en dus gingen we varkens pesten. Esther deed met Harald mee.

Na twee spelletjes en wat drinken gingen we de burcht verder verkennen. Er was een klein museum, gemaakt in een gerestaureerde versie van een oude toren. In het museum: veel uitleg in het Hongaars - men is duidelijk niet gewend aan buitenlandse toeristen - oude kaarten, wat oude wapens en munten, een opstelling van tinnen soldaatjes die op elkaar aan het 'schieten' waren in een opstelling die elke militair zou doen huiveren, wat kostuums en helemaal bovenin een galerij die om de toren heen liep. Van daaruit een werkelijk geweldig uitzicht. We konden de Donau een heel eind stroomopwaarts bekijken, zagen de industriestad Dunaújváros in de verte liggen en verder veel bos en heel veel vlakte. Overal staken vanuit het landschap de kenmerkende bollen-op-stokjes omhoog die in elk dorp staan. Wat het precies zijn weet ik niet, ik denk watertorens, maar dan bevatten ze niet veel water. Trouwens, 't is niet alsof Hongarije niet veel stromend water heeft. Maar het is de enige verklaring die ik kan verzinnen.

 

Watertoren
Bollen op stokjes, ze staan overal. Het zijn inderdaad watertorens…

Na het museum en de pottenbakkerij - een kamer ter grootte van onze huiskamer thuis, met daarin heel veel potten, vazen, kommen, bakken, en andere producten van aardewerk - hadden we de burcht wel gezien en gingen we de rest van de stad verkennen.

Toen we daar vijf minuten later mee klaar waren, overlegden we wat we gingen doen. Om hier in de stad te gaan eten was het nog vroeg, maar we hadden geen zin om thuis zelf wat te eten te maken: we hadden ten slotte vakantie!

Harald stelde voor om naar het plaatsje Paks te gaan, daar zouden - volgens de informatie die we gekregen hadden - zich wat restaurants moeten bevinden.

Nou, dat zal dan wel, maar we hebben er een uur rondgereden - okee, met een kleine onderbreking toen we een bakkertje vonden dat open was en daarna een kleine supermarkt - en alleen maar een pizzeria gezien. Dat vonden we nou niet de meest aantrekkelijke optie.

Maar volgens de informatiekaart die bij het postkantoor van Németkér hing moest er in ons dorp ook een restaurant zijn! Hoera, laten we die dan maar gaan opzoeken, want we wilden echt uit eten. Ondertussen begon het toch al tegen zessen te lopen.

In Németkér hebben we het dorp drie keer rondgereden - en als je bedenkt dat het echt een klein dorp is, kun je je voorstellen dat we daar snel klaar mee waren - zonder het beloofde restaurant te vinden. Het enige dat er enigszins op leek bleek een mini-cafe te zijn.

We gingen terug naar ons huisje om aan de beheerder te vragen waar er in dit vermaledijde land een restaurant is. Om nu weer terug te rijden naar Dunaföldvár en daar of naar de burcht terug te keren, of daar een pizzeria op te zoeken, daar hadden we ook geen zin in.

De beheerder wist ons in zijn krakkemikkige duits uit te leggen dat er in Simontornya een goed restaurant zou moeten zijn. We zochten het op op de kaart. Nee, het was niet naast de deur, maar dat geldt voor zo'n beetje alles in Hongarije. Het was ook een richting die we nog niet hadden gehad, dus ja hoor, laten we dat maar doen.

We reden door de landelijke weggetjes (lees: hobbelig en met grote gaten in de weg) naar het dorpje Cece. Voordat we de weg naar Simontornya op draaiden, zagen we echter ook iets restauranterigs. Was het open? Ja, het was open. En ze verkochten er echt voedsel ook nog.

Goed genoeg. We stapten uit, kwamen in een soort Amerikaans geinspireerd restaurant. Dat was dan ook het enige waar hun inspiratie uit bleek, maar wij waren allang blij dat we een restaurant hadden gevonden en vielen met veel enthousiasme aan.
Moe maar redelijk voldaan keerden we naar het vakantiehuis terug.