Home

Shadowdancer's reflecties

De ukkie verhalen
aantekeningen over de kinderen

De vakantieverhalen
Avonturen op vakantie

Priet en andere praat

Foto's

Contact

Naar de wereld der dromen

Zon en Maan

En toen was het zover, we vertrokken...

We stonden vroeg op, want we wilden op tijd inchecken, uiteraard. Douchen, aankleden, de laatste spullen in de koffers stoppen, Poekie de poes nog een laatste knuffeltje geven en gaan. Op Schiphol kregen we het eerste bedrijf, want we wilden elektronisch inchecken. Tja, hoe werkt dat, met het aangeven van voorkeursplaatsen en naast elkaar zitten van mensen met afzonderlijke tickets?

Gelukkig bleek dit redelijk eenvoudig en daarna hoefden we 'alleen nog maar' de koffers kwijt. Dat zou dus makkelijk moeten zijn, maar dat was het niet. Eerst stonden we weer een tijd in de rij, daarna bleek dat we opnieuw de paspoorten en de vers uitgeprintte boarding-cards nodig hadden. Tijdwinst met dit vooraf inchecken: geen.

Daarna gingen we door de paspoortcontrole, waar we tot onze verbazing alleen met de paarse boekjes hoefden te zwaaien en meer niet. We kwamen in het tax-free gedeelte achter de douane, maar daar bleek we dat op weg naar onze gate door nog een douane-controle moesten en daar waren de gevreesde poortjes wel.

Er was echter ook een nifty uitziend poortje dat leek op een kruising tussen een draaideur en een ronde telefooncel, en daar werd Romy heen gedirigeerd. Thea en ik begonnen met onze protesten, maar de douanier – die dit kennelijk wel vaker aande hand had – legde ons rustig uit dat dit een ander soort poortje is die werkte met radio-straling in plaats van met elektromagnetische straling. De man had zeker geen natuurkunde gestudeerd, maar in elk geval was duidelijk dat het om een heel andere golflengte ging die geen gevolgen had voor de ICD. Dus Romy stapte rustig door het poortje heen en er gebeurde niets. Daarna volgden Thea en ik.

Na dit alles hadden we nog ruim tijd om wat koffie te drinken, een beetje te snuffelen in de winkels, een krantje te kopen en daarna ruuuustig aan in te checken. Hoe je het ook wendt of keert, wachten op Schiphol is gewoon saai.

Vliegen, daarentegen, is wel weer leuk. Hoe vaak ik ook in een vliegtuig zit, ik kan er niet genoeg van krijgen. Dat magische moment op de startbaan: eerst taxieën, daarna even stilstaan... en dan vol gas, het vliegtuig maakt snelheid, de voorwerpen schieten steeds sneller en sneller voorbij... en dan verandert ineens het geluid, de wereld zakt onder je weg, het vliegtuig stijgt op, wint snel hoogte. Huizen, bomen, wegen worden steeds kleiner en even later ligt de wereld als een landkaart aan je voeten. In de verte glinstert nog even de zee, wat later passeren we al de grote rivieren. Daarna vliegen we Nederland uit, over Duitsland heen.

Onder ons liggen uitgestrektere stukken bos, steden en dorpjes met akkers eromheen.

En dan lijkt het alsof het vliegtuig daalt, hoewel het het landschap is dat stijgt: daar zijn de Alpen, met hun majestueuze toppen, ik zie gletsjers en zelfs sporen op de gletsjer van wandelaars, ik zie bergmeren en stuwmeren. Is dat niet de Silvretta-stausee, daar, met de Piz Buin erachter?

Nog wat later daalt de grond weer, en daar zie ik een groot meer, met een bekende vorm: we vliegen boven het Gardameer. Vanuit de lucht zie ik de bekende plaatsen: daar, dat moet Riva zijn, daar Bardolino, daar ergens in die hoek moet Pacengo liggen, en onderaan het meer ligt Peschiera en het schiereiland van Sirmione.

Daarna ging het snel. Vlak na het Gardameer begonnen we langzamerhand te dalen, en keurig op tijd landden we op het vliegveld van Rome.

Het duurde een poosje, maar uiteindelijk arriveerden we in het hotel. We hadden twee kamers gereserveerd, waarvan de tweepersoons kamer in eerste instantie voor Harald en mijzelf bedoeld was, en de eenpersoons kamer voor mijn vader. Maar nu de situatie gewijzigd was, volgde een kort overleg. We besloten dat Romy in de eenpersoons kamer zou gaan slapen en dat Thea en ik de 'meidenkamer' zouden nemen.

De kamers zijn niet ruim, maar van alle gemakken voorzien: een airco (oh, wat heerlijk!), kluisje, badkamer met een lekkere douche, een tv waar we geen gebruik van hebben gemaakt en een mini-bar, waar we wel gebruik van hebben gemaakt.

Een van de eerste dingen die we wilden doen was wat extra cola kopen en wat spul om in de cola te doen – minibarretjes zijn duur. Romy bleef achter in het hotel en op het heetst van de dag gingen mijn moeder en ik aan de sjouw. De straat uit, richting Piazza della Repubblica, de Via Nazionale in. Daar vonden we warempel een kleine supermarkt, 'Despar', ook op die manier gespeld, waar we wat blikjes cola insloegen. Sterke drank was er niet te koop, wel bier, maar daarvoor hadden we geen belangstelling.

We liepen verder, ontdekten de Giardino del Quirinale en bleven daar even in het parkje hangen – even neerploffen op een bankje in de schaduw, wat water drinken bij het fonteintje – en gingen toen door de Via del Quirinale en de Via XX Septembre (geen idee wat er op 20 september gebeurd is, trouwens. Toch eens even opzoeken) weer terug naar het hotel.

En daar, in de Via Flavia, op misschien honderd meter van het hotel af, vonden we een klein winkeltje waar ze wel drank verkochten! We kochten een fles whiskey voor mijn vader en een fles rum voor onszelf en togen terug naar het hotel. We aten vroeg – voor Italiaanse begrippen – en lagen al voor tienen in bed. De volgende dag zou een drukke dag worden...