Home

Shadowdancer's reflecties

De ukkie verhalen
aantekeningen over de kinderen

De vakantieverhalen
Avonturen op vakantie

Priet en andere praat

Foto's

Contact

Naar de wereld der dromen

Zon en Maan

Maandag 28-01: Een week

Een week zonder mijn vader. Een week zonder heen en weer te rennen naar het ziekenhuis, binnenkomen, "Hoi Romy, hoe is het ermee?" en iets te horen als "Kaat wel." Mijn lieve vader met zijn onnavolgbare accent. Een week zonder dat hij vraagt wat de meisjes aan het doen zijn, hoe het met 'de kleine' gaat.  

Al dagen loop ik te peinzen over de tekst. Ik heb beloofd dat ik vanmiddag wat zou zeggen, bij de crematie. Maar wat? Ik wil iets dat recht doet aan mijn vader, dat hem aan anderen laat zien zoals hij was, moedig, dapper en sterk.

Zoiets? Brainstormen:

Mijn vader was een Romeinse krijger. Als kind heeft hij moeten vechten om te overleven. De laatste jaren heeft hij moeten vechten om te leven. Eerst een hartinfarct, toen een meervoudige bypass met complicaties. Later kwam daar hartfalen bij, een ICD, herhaalde opnamen in het ziekenhuis. Het werd bijna routine – bijna, maar nooit helemaal.

Anderhalf jaar geleden ging het heel erg mis. Een lange opname op de IC, daarna herstellen op de longafdeling, en toen volgde de ontdekking van slokdarmkanker. Het gezwel kon gelukkig op een relatief simpele manier worden weggehaald. Een grote operatie zou hij nooit hebben overleefd.

Romy leefde daarna verder op de manier die hij prettig vond. Elke dag een wandeling, naar de bibliotheek van Almere-Stad, 'even wieberen', zoals hij dat noemde. Hij kende iedereen, praatte altijd met mensen die hij tegen kwam.

We kwamen vaak op bezoek met zijn kleinkinderen, Rachel en Esther. Romy hield zielsveel van de meiden. Op Rachel kon hij nog weleens mopperen, met Esther had hij een speciale band.

Als we op bezoek kwamen, ging Esther vaak naar boven om te kijken of opa daar was. Als hij daar zat, riep Esther: "BOE!" en dan deed Romy alsof hij vreselijk schrok. Hij zei dan: "Je moet opa niet zo laten schrikken, ik heb maar een klein hartje."

We weten allemaal dat dat niet klopte. Romy had een geweldig groot hart.

Ja. Maar nee. Dit is het toch niet helemaal.

Mijn probleem is niet dat ik niet weet wat ik moet schrijven, maar dat ik moet kiezen. Het moet natuurlijk allemaal passen in een stukje van een paar minuten, en dat terwijl ik gemakkelijk een uur vol kan praten.

Het is me uiteindelijk gelukt om wat te schrijven. Een stuk tekst, het gedicht. Het is af.