Home

Shadowdancer's reflecties

De ukkie verhalen
aantekeningen over de kinderen

De vakantieverhalen
Avonturen op vakantie

Priet en andere praat

Foto's

Contact

Naar de wereld der dromen

Zon en Maan

Maandag 22-10: Krijger

Mijn vader is een oude Romein. Zo noem ik 'm altijd als grapje, al vind ik hem niet oud. Ja, hij is 75, maar in mijn ogen is hij nog steeds dezelfde vitale vader als vroeger. Elke dag wandelen ("Opa is even wieberen"), het liefst naar de bibliotheek – vroeger was de V&D zijn favoriete stek, maar sinds de nieuwe bibliotheek geopend is, met zijn prettige leeshoek, gaat hij daar meestal naar toe. Als je mijn vader knuffelt voelt hij nog steeds hard en stevig aan, alsof er een stuk ijzer in hem verpakt zit dat nooit opgeeft.

Het 'Romein' is duidelijk. Geboren en opgegroeid in Rome, met een naam als Romolo – genoemd naar Romulus, oprichter van de stad. Als we vroeger spelletjes rummikub of gin-rummy speelden, stond er op de papiertjes "Ro – Re" en daar moest ik altijd inwendig om lachen: net Romulus en Remus.

Maar mijn omschrijving klopt. Het viel me gisteren op toen ik naar mijn vader keek op de IC. Hoe ernstig kun je het hebben? Hij wordt beademd, ligt in buikligging, werd klaargemaakt voor dialyse, omringd door apparaten, machines, draden die naar infusen leiden en andere slangetjes die slijm en vocht weer afvoeren, een complete spaghetti-wirwar van slangen en draden.

Hij is een krijger. De littekens zijn oorlogswonden. Daar, op zijn schouder, het litteken van de ICD. Daar, bij zijn oor: een litteken waar een tumor verwijderd is, jaren geleden. Een goedaardige, maar ook dat leverde benauwde momenten op. Romy lag toen in het St. Andreas en ik weet nog dat we toen op een gegeven moment botweg naar buiten zijn gewandeld, met die wond nog in het verband, om in het restaurant aan de overkant van de straat wat te gaan eten.

Over zijn borst natuurlijk het grote litteken, van de operatie aan zijn hart. Operaties, moet ik zeggen, want het is verschillende keren gebeurd. Romy werd toen geopereerd in het AMC en mijn moeder logeerde bij mij in m'n hat-eenheidje in de Daniël Defoelaan in Amsterdam. Ik moet nog een foto hebben waarop ze in een kort nachthemdje richting badkamer verdwijnt.

Er zijn meer littekens, maar die worden discreet door het laken bedekt dat ook de meeste slangen en zo verborgen houdt. Een blindedarm-ontsteking, een liesbreuk. Oorlogswonden.

Het verblijf in het ziekenhuis, op de IC, van vorig jaar heeft geen zichtbare littekens achtergelaten. Wel de onzichtbare: angst, spanning, vreugde toen bleek dat het beter ging gemengd met angst toen we hoorden van de afwijking in zijn slokdarm. Een kwaadaardige tumor die ze gelukkig konden verwijderen. En weer leek mijn vader door het oog van de naald te zijn gekropen.

En nu? Slechter kan het eigenlijk niet meer gaan. Thea en ik leven in vrees voor dat ene gesprek, waarbij de arts bij ons komt zitten en zegt dat ze niets meer voor hem kunnen doen.

Het is nog niet zover. Anders waren ze gisteren niet met de dialyse begonnen. Hij zou zich nog terug kunnen vechten, al is die kans nog zo klein.

Mijn vader is een krijger, een oude Romein. Is hij al moegestreden? Heeft zijn sterke lichaam eindelijk zijn grens bereikt? We weten het niet. Ik ben al blij met elk bezoekuur, elke keer dat ik hem nog een keer een aaitje kan geven over zijn korte haar, een kusje kan geven op zijn hoofd of wang, nog even aan hem kan ruiken, kan voelen.

Als hij het toch zou redden, tegen alle verwachting in, als hij nog één wonder tevoorschijn kan toveren – geweldig, feest! Wachten, hopen, bidden voor wie daarin gelooft. Er leven zoveel mensen mee, die aan hem denken, kaarsje branden, bidden, wat dan ook.

Als het niet meer lukt – dan laten we hem gaan, onze grote krijger, ons Italiaans onkruid, wetend dat hij gevochten heeft totdat hij niet meer kon en ver voorbij de grenzen die de meeste mensen hebben. Dan laten we hem gaan en herinneren we hem hoe hij was: een groot krijger met een nog groter hart.