Home

Shadowdancer's reflecties

De ukkie verhalen
aantekeningen over de kinderen

De vakantieverhalen
Avonturen op vakantie

Priet en andere praat

Foto's

Contact

Naar de wereld der dromen

Zon en Maan

Romy in het ziekenhuis, deel 2

Die zondag zijn we nog twee keer naar het ziekenhuis gegaan, nu op de reguliere bezoektijden van de IC: een keer rond elf uur en daarna rond half zeven 's avonds. De toestand was verder eigenlijk onveranderd. Ze hebben een bronchoscopie gedaan, slijmproppen uit zijn long verwijderd en die op kweek gezet. Ze vermoeden een longontsteking, maar er is ook schade aan het hart. Hij krijgt in elk geval antibiotica om een infectie te onderdrukken.

Gisterenochtend werd de slaapmedicatie stopgezet. Toen ik bij mijn vader was werkte het spul nog door, lag hij dus nog te slapen, hoewel hij wel af en toe al even reageerde als we vroegen om in onze hand te knijpen of zo. Het was in elk geval een bemoedigend teken. Ze hadden hem ook geschoren en dus lag hij er lekker fris bij.

Gisterenavond kon ik niet mee – Harald moest 's avonds werken en die twee kleine meiden kan ik natuurlijk niet meenemen naar de IC. Maar na het bezoekuur belde Thea op en vertelde dat hij nu wel wakker was en op haar had gereageerd, naar haar had geglimlacht en zo. Hij had nog wel veel pijn. Het intuberen zondagochtend kostte nogal veel moeite en moest op de IC opnieuw gedaan worden, dus daar zullen ook wel wat beschadigingen zitten.

Vanochtend was ik bij m'n moeder, zoals altijd op dinsdagochtend. Thea was net even weggegaan voor een boodschap toen de telefoon ging. Ik was net boven, rende naar beneden, greep de telefoon, antwoordde al voordat ik besefte dat je nog even op het knopje moest drukken om op te nemen – bij ons thuis moet je dat meestal ook doen, behalve als de telefoon op de lader ligt, dan neemt –ie automatisch op wanneer je 'm oppakt.

Daarna begon natuurlijk het antwoordapparaat te leuteren en zat ik eerst nog even te prutsen voordat ik het knopje vond om dat ding weer uit te zetten. Ja, ook goeiemorgen. Het was de IC.

Nee, niets aan de hand, geen ernstige dingen. Maar hij had nog steeds veel last van zijn keel en het werd hem even te veel, dus hij wilde Thea graag zien. Door die beademing kan hij natuurlijk niet praten, maar met behulp van een letterkaart en een paar lieve verpleegkundigen heeft hij wel duidelijk kunnen maken wat hij wilde.

Nou, dat kon natuurlijk geregeld worden. Ik zou Thea wel even bellen en dan kwamen we eraan.

Thea bellen. Goed. Ja. Thea bellen. Mobiele nummer van Thea, wat was dat ook alweer? Het staat hier gewoon ingeprogrammeerd en dus zou ik dat met geen mogelijkheid weten. Maar het staat wel in mijn mobieltje.

Leeg. Vergeten op te laden vannacht. Verdorie.

In Thea's telefoon thuis, dan? Staat bij mij tenslotte er ook in. En ja hoor, daar stond het: Thea mob. Gelukkig! Opgebeld, verteld, en daarna kwam Thea weer terug en zijn we naar het ziekenhuis gegaan.

Een wakker papa'tje! Hij was blij om ons te zien. We gaven hem kusjes. Hij had nog steeds pijn, kreeg nu wat extra pijnmedicatie – een opiaat. Daardoor ging zijn ademhaling ineens weer wat moeizamer en begonnen er allerlei apparaten om hem heen te piepen.

'Zijn' verpleegkundige – op de IC is er steeds een verpleegkundige verantwoordelijk voor een patiënt – ging naast het bed staan en zei maar steeds: "Ademhalen, meneer Palmas, haalt u nog even adem!". Ondertussen ging ze prutsen aan de instellingen voor de beademingsapparatuur. "Haalt u nog eens adem, meneer Palmas!"

Thea zat naast hem en hield zijn hand vast, ik was het het IC-dagboek aan het bijwerken maar kon me daar ook even niet echt op concentreren. Maar gelukkig, na een poosje hield het piepen op en stabiliseerde het zich weer. Maar ik betwijfel of hij vandaag van de beademing af kan, zoals wij – en de mensen op de IC – toch eigenlijk een beetje hoopten.

Nu lag mijn vader te dommelen, werd af en toe ineens weer wakker, daarna vielen zijn ogen weer dicht. Hij wilde ons af en toe wat zeggen, maar we zijn absoluut niet bedreven in die letterkaart en zijn hand trilde ontzettend, en liplezen – voor zover ik dat al kan – ging ook van geen kanten met die slang in zijn mond. Frustrerend!

Maar toch nog een grapje gemaakt. Thea noemde hem, net als gisteren, 'Don Corleone' omdat ze steeds kusjes gaf op zijn hand en nu moest Romy even glimlachen. Daarna zei mijn moeder dat ze dit nu wel deed, maar dat ze dat echt niet meer zou doen als hij thuis was. En toen maakte hij heel duidelijk een gebaar van: 'Oh, jawel hoor,' knikken met die typische uitdrukking op zijn gezicht van 'Echt wel'.

Dus beademing en alles of niet, maar hij is helder genoeg om te begrijpen wat hij hoort, daarop te reageren en zelfs daar nog een grap over te maken. Wat hou ik toch van die man, van mijn vader, dappere vechter… En wat hoop ik toch vurig dat hij ook hier weer doorheen komt.

Onze lieve 'ouwe Romein'.