Home

Shadowdancer's reflecties

De ukkie verhalen
aantekeningen over de kinderen

De vakantieverhalen
Avonturen op vakantie

Priet en andere praat

Foto's

Contact

Naar de wereld der dromen

Zon en Maan

Dinsdag 07-06: Romy in het ziekenhuis

Mijn vader ligt in het ziekenhuis. Ik zou bijna zeggen 'weer eens', alleen is dit een stuk erger dan de voorgaande keren. Hij ligt nu op de IC.

Wat er precies aan de hand is? Het fijne weten we er nog niet van. Zaterdag, vier dagen geleden dus (ik moet dat echt bij gaan houden, het lijkt allemaal in elkaar over te vloeien) werd ik opgebeld dat mijn vader was opgenomen. Hij had al een paar dagen last van benauwdheid en voelde zich niet lekker, maar hij liep toch elke dag zijn 'rondje', ging toch elke dag even wieberen, naar Almere-Stad en de bibliotheek of naar een kennis die in de buurt woont.

Zaterdag hebben ze toch de huisartsenpost maar even gebeld en werd hem aangeraden langs het ziekenhuis te gaan. Daar hebben ze een tijd moeten wachten – mijn vader was nog ongeduldig, hij wilde naar huis, tennis kijken om drie uur! Maar toen kreeg hij ook nog pijn in zijn borst en daarna ging het ineens heel snel.

Toen ik kwam kijken – opgehaald door mijn moeder, want ik ben op dit moment autoloos (wat ook nog een lang verhaal is en wat ik nog steeds moet opschrijven – misschien straks nog even. Geen dramatische botsing, in elk geval) – lag hij op de afdeling hartbewaking. Infusen, plakkers op zijn borst voor een hartfilmpje, maar hij lag te prutsen met de afstandsbediening van de televisie (geen tennis!) en te mopperen dat hij het knopje om de verpleging te roepen niet kon vinden.

Harald was gelukkig mee. Nog zoiets raars: ondertussen vierde een kennis van ons met een klein huis zijn verjaardag hier, dus toen er gebeld werd zat m'n huis redelijk vol visite. Het had wel als voordeel dat Harald even meekon op bezoek, omdat er genoeg andere mensen waren die even op de meisjes konden passen.

We gingen maar weer terug naar huis, na beloofd te hebben morgen weer langs te komen. Een vriendin van ons is arts en toen ze de verschillende getallen hoorde (van hartslag, bloeddruk enzovoorts) die Harald had onthouden knikte ze en zei dat dat zeker erger kon. We gingen dus redelijk optimistisch de nacht in.

De volgende ochtend werd ik vroeg opgebeld, om half zes: Romy had een ademhalingsstilstand gekregen, ze wisten niet waardoor. Hij lag nu aan de beademing en werd naar beneden gebracht voor een CT-scan – om een hersenbloeding of infarct als oorzaak uit te sluiten. We mochten nog even bij hem kijken, maar hij had natuurlijk slaapmedicatie gekregen en wist niet dat we er waren. Na die scan werd hij op de IC geïnstalleerd en daar mochten we op wachten.

En wachten. En wachten. De scan op zich zou iets van een half uur duren, maar voordat hij daarna was aangesloten aan al die apparaten, dat duurde nog wel even.

Ondertussen waren ook Sonja en Jacques gearriveerd. Harald was nu niet mee, thuis lagen twee meisjes nog vredig te slapen, uitgewoond door het feest van de dag ervoor. We zaten dus met ons vieren in de familiekamer. Te wachten.

Thea en Sonja zaten zachtjes met elkaar te praten, ik liet een nieuwsgierige Jacques m'n ipad zien – die had ik meegenomen om wat aantekeningen op te kunnen maken. Dat is mijn standaard, bijna: als ik met teveel gedachten in m'n hoofd zit, ga ik schrijven.

Ja, dan heeft het nog lang geduurd voordat ik hier wat neerzet, ik weet het. Maar ik heb al mailtjes gestuurd naar mensen, met mensen gesproken, op de IC ligt een dagboek voor patiënten zodat ze later terug kunnen lezen wat er allemaal met ze gebeurd is op momenten dat ze lagen te slapen en daar heb ik al heel wat lettertjes achtergelaten, en met alles daarbij was m'n hoofd denk ik zelfs te vol om hieraan toe te komen.

Maar goed, ik ben er toch maar even voor gaan zitten.

Eindelijk, na twee uur wachten, mochten we dan bij Romy kijken. Daar lag hij, nu aan veel meer slangen: beademing, nog meer infusen, kastjes en biepende monitoren om hem heen. De pleisters voor de sondevoeding zaten al op zijn gezicht, maar de maagsonde was nog niet aangebracht. Hij sliep nog steeds en zou voorlopig ook slaapmedicatie blijven krijgen, vooral omdat die beademing echt niet fijn voelt.

Hij had nu ook een geel ziekenhuisjasje aan en zijn sieraden waren afgedaan en aan mijn moeder gegeven. We bleven even bij hem zitten, streelden voorzichtig zijn handen, gaven er kusjes op. Meer was er niet te doen en uiteindelijk zijn we maar weggegaan. We waren natuurlijk die ochtend razendsnel weggegaan, dus nu konden we ons even gaan opfrissen thuis.