Home

Shadowdancer's reflecties

De ukkie verhalen
aantekeningen over de kinderen

De vakantieverhalen
Avonturen op vakantie

Priet en andere praat

Foto's

Contact

Naar de wereld der dromen

Zon en Maan

Maandag 24-01: Papa

"Papapa," zongen de meisjes mee met K3 in de auto vorige week zondag. "Papapa, je bent mijn allerliefste papapa!" Ze zongen vol overtuiging. "Papa, dit liedje is speciaal voor jou!"

Ja, de meisjes houden veel van hun papa en voor hen is hij de allerbeste. Harald is ook een schat van een vader (en echtgenoot trouwens, dat mag ook wel worden gezegd). Maar het liedje deed me toch ook aan mijn eigen vader denken.

Hij voelde zich niet zo lekker vorige week. Bij een hoop mensen is dat niet iets om je druk over te maken, maar bij mijn vader ligt dat toch een beetje anders. Mensen die het stuk over de vakantie naar Rome hebben gelezen, hebben daar al gezien dat mijn vader een behoorlijke medische geschiedenis heeft. Met zijn hartfalen, COPD en zijn ICD – ja, het halve alfabet aan afkortingen komt voorbij – is elke dag al meegenomen, elk verjaardag weer een extra groot feest.

"Onkruid vergaat niet," zegt hij over zichzelf, "en Italiaans onkruid zeker niet." Morgen viert mijn vader zijn vierenzeventigste verjaardag.

Een tijd geleden – vorig jaar? Het jaar ervoor? verraste hij me ineens met de vraag of hij wel een goede vader was geweest. Ik denk, zeker nu ik zelf moeder ben, dat elke ouder zich dat wel afvraagt. Was ik een goede moeder? Een goede vader? Zijn er dingen die ik wel had moeten doen maar niet gedaan had, zijn er dingen die ik juist niet had moeten doen maar toch heb gedaan? Dingen niet of te weinig gezegd, te veel of te weinig gestimuleerd, geknuffeld, geprezen, gezegd dat ik van je houd?

Nee, ik heb zeker niet het gevoel dat mijn vader een slechte vader is geweest. En nog steeds niet is. Maar ook die vraag leidde tot een reeks gedachten en herinneringen.

Ik merk ook steeds meer dat ik het fijn vind om dingen te horen van vroeger, van toen mijn ouders jong waren. Thea die af en toe kleine brokjes 'van vroeger' verteld: hoe zij en tante Sonja op een kamer sliepen – niet dat er niet genoeg kamers waren in dat grote huis, maar Thea wilde graag bij haar zusje slapen en dat gebeurde dus. Van oma, die als mijn moeder wat stouts had gedaan, dan riep: "Ik bloot'je, ik vertel het aan je vader!" wat dus betekende: 'Ik beloof het je', maar wat mij in elk geval erg grappig in de oren klonk. Hoe Thea stoer haar jongere zusje beschermde, zodat Sonja op het schoolplein uitriep: "Ik haal mijn zus, hoor!" en daar waren zelfs de jongens bang voor.

Zouden mijn kinderen dat ook allemaal willen weten, later? Dingen over mijn jeugd, hoe het was toen ik nog kind was? Of ben ik de enige die zich daarvoor interesseert, met mijn hang naar verhalen, verbanden, geschiedenis, het stukje schrijver in me?

Hoe dan ook, die verhalen zijn er, scherp en levendig, soms zo dichtbij dat ik ze nog bijna aan kan raken. Af en toe geef ik al stukjes door aan Rachel.

Dus hier dit stukje: dingen die ik me herinner van mijn vader, van vroeger, toen ik nog klein was…

Twee heel belangrijke liefdes heeft mijn vader me overgedragen: boeken en muziek. "Boeken zijn je beste vrienden," zei Romy altijd. Zeker in de tijd dat ik op school weinig vrienden had en in een tijd dat er ook in de straat weinig speelkameraadjes waren, belangrijke woorden. "Ze laten je nooit in de steek, ze zijn er altijd als je ze nodig hebt." En inderdaad heb ik later ook wel eens de vergelijking gehoord dat als je een boek leest, de hoofdpersonen bijna vrienden van je worden. Je volgt ze door hun avonturen, je volgt een deel van hun leven, zodat je bijna verdrietig wordt wanneer het boek uit is en je afscheid van ze moet nemen. (Gelukkig kun je een boek altijd nog herlezen.) Wat dat betreft is schrijver zijn wel een nog mooier vak: je hoeft geen afscheid te nemen van je hoofdpersonen, je deelt een deel van hun leven en schrijft erover, ze wonen een tijdje in je hoofd en zelfs wanneer het verhaal is afgelopen, blijven ze toch nog een deel van je.

Ik herinner me nog goed de ochtenden vroeger: mijn ouders allebei met een stuk krant op de bank en ik opgekruld in het hoekje met een boek. Ik was al vroeg verslaafd aan lezen. Na bedtijd mocht ik nog altijd even lezen – ondertussen doen de meisjes hier dat ook al, lezen op hun manier: Rachel toch al echt, Esther, hoewel ze zelf ook al begint met lezen, nog bladerend in een boek.

Wanneer er dan geroepen werd: "Rebecca, licht uit!" riep ik steevast terug: "Ah toe, nog even mijn bladzijde uitlezen!" Maar als ik de kans kreeg, las ik nog lekker even het hoofdstuk uit. Ik doe het trouwens nog, even in bed lezen voor het slapen gaan.

Het huis stond ook vol boeken: boekenplanken in de huiskamer, boven het bed van mijn ouders, in mijn eigen kamer. Nee, aan boeken geen gebrek! Ook iets wat we hier hebben overgenomen, zodanig zelfs dat een collega van Harald eens heeft uitgeroepen: "Jullie wonen niet in een huis, maar in een boekenkast!"

Later was het opvallend: als ik aankwam met "Romy, ik heb toch een mooi boek gelezen!" gebeurde het geregeld dat mijn vader nonchalant naar een boekenplank wees, waar datzelfde boek al sinds jaar en dag stond. Of als ik iets over een bepaald onderwerp wilde weten, slenterde hij naar de planken en plukte er een of twee boeken uit die daar over gingen. Van mijn vader heb ik de liefde voor geschiedenis overgenomen (en van mijn moeder de liefde voor boeken van Stephen King, die zij allemaal in het engels heeft. Een van de redenen waarom mijn engels nu zo goed is, is omdat zij me altijd gestimuleerd heeft om engelse boeken te lezen).

Ik zie Romy nog zitten in mijn herinnering: aan de eettafel, voorovergebogen, met een boek voor zich, of op de bank met een boek voor zich. Nu zit hij nog steeds zo, trouwens, wat grijzer nu, maar nog steeds op diezelfde manier, en nog steeds van alles lezend.