Home

De ukkie verhalen
aantekeningen over de kinderen

De vakantieverhalen
Avonturen op vakantie

Priet en andere praat

Foto's

Contact

Naar de wereld der dromen

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2006

2005

2003-2004

Kindergedichtjes

Zon en Maan

Zondag 04-05: Vier mei

Ieder jaar, op vier mei, brandt er een kaars voor mijn raam. Ik deed dat toen ik op kamers woonde, toen ik op mezelf woonde, ik deed het in het jaar dat ik een paar maanden in Londen was. De televisie staat aan en er brandt een kaars.

Zometeen twee minuten stilte. De televisie toont beelden van de Dam in Amsterdam. Een paar dagen geleden nog maar werd daar Koninginnedag gevierd, stond daar een kermis, feestten daar de mensen. Nu staat het er weer vol, maar heerst er een plechtige stilte. De koningin legt de eerste krans, een witte bloem valt eenzaam op de grond. In gedachten sta ik daar ook.

Ik heb daar als kind gestaan. Hoe oud zou ik zijn geweest, dat mijn ouders mij meenamen? Een jaar of acht? Ik voelde de plechtigheid van het moment. Het maakte me nerveus, ik giechelde, maar niet omdat ik dingen grappig vond. Zelfs als kind was ik me daar al van bewust.

Later ben ik er met Harald geweest, heb ik daar een bloem gelegd. En over een aantal jaar, wanneer ze groot genoeg zijn, wil ik daar ook staan met mijn kinderen. De lijn, de herinneringen, het leven, gaat door.

Mijn ogen glijden over de vertrouwde contouren van het plein. Het monument, het Paleis op de Dam, de Bijenkorf… Het gebouw op de hoek van waaruit, toen in mei '45, de schoten vielen die een eind maakte aan de feestvreugde van de bevrijding…

Het huis van oma, op de Oudezijds Achterburgwal, is van hieruit net niet te zien.

Alles is stil. Zelfs de kinderen die net nog op straat speelden, zwijgen. Alleen de vogels zijn te horen. De vlag hangt haflstok.

Overal is het stil, en overal denken mensen hun gedachten.

De meest indrukwekkende dodenherdenking die ik heb meegemaakt is een aantal jaar geleden. Harald en ik waren naar een life roleplay-evenement dat drie dagen duurde. Ik had tegen mijn vrienden al gezegd dat ik om acht uur even in onze tent was, voor een paar minuten.

Maar om kwart voor acht werd het hele spel stilgelegd. Langzamerhand verzamelden de spelers zich rond de kampvuren of vuurkorven die her en der waren neergezet. Een radio, die midden op het veld stond, was duidelijk te horen.

En om acht uur… was het stil. De hele groep van honderd, honderdvijftig spelers, allemaal in een leeftijd van tussen de achttien en achter in de dertig, waarvan velen echt niet de binding hadden met de oorlog die ik heb, was doodstil.
Ik ben niet naar de tent gegaan. Ik stond bij het vuur en verbaasde me.

Om vijf over acht begonnen de gesprekken weer op gang te komen. Om kwart over acht werd ook het spel hervat. Maar die stilte, die keer, van twee minuten lang, die zal ik nooit vergeten.

En dit wil ik doorgeven, aan mijn kinderen, aan zij die na ons komen…