Home

De ukkie verhalen
aantekeningen over de kinderen

De vakantieverhalen
Avonturen op vakantie

Priet en andere praat

Foto's

Contact

Naar de wereld der dromen

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2006

2005

2003-2004

Kindergedichtjes

Zon en Maan

Woensdag 26-04: De bevallling, vervolg

Ik ben naar boven gegaan, inderdaad, maar heb Harald nog niet wakker gemaakt. De krampen/weeën verdwenen toen ik eenmaal weer in bed lag en geleidelijk aan begon ik weer wat te doezelen… totdat, om kwart voor vier, ik wakker werd met een serieuze plens vruchtwater. Ik stond weer op, droge onderbroek aan, nieuw maandverband en kroop weer in bed. Tien minuten later volgde de eerste echte wee. Een paar minuten daarna de volgende. Daarna nog een. Tijd, nu wel, om Harald wakker te maken.

We overlegden, belden toen Harald's moeder of ze toch nog langs wou komen die nacht. Ze zou komen. De weeen kwamen nu regelmatig en werden snel krachtiger. Om een uur of vijf waren ze een uur lang regelmatig en belde Harald de vroedvrouw. Hij zette nu ook alle spullen klaar die nodig waren voor de bevalling, werkte gestaag het lijstje af. Kraampakket in de slaapkamer, twee emmers met vuilniszakken, andere spullen… Ondertussen ving ik de weeen op en dat was al behoorlijk pijnlijk.

Bij elke wee schreef ik trouw de tijd op, en maakte een paar aantekeningen tussendoor. Ik heb het lijstje hier nog.

Rond tien voor zes kwam de verloskundige, samen met de stagiaire die al eerder op de dag mee was. De stagiaire controleerde de ontsluiting en voelde mee tijdens een wee, constateerde 5 à 6 cm ontsluiting. Ze besloten te blijven, en dat was meer dan ik had verwacht: tijdens de geboorte van Rachel werd ook zo'n 6 cm gemeten en toen is de verloskundige nog even verder gegaan met visite's rijden. Kennelijk gingen ze er vanuit dat de tweede inderdaad sneller ging. Nou, dat gevoel had ik tegen die tijd ook.

Mieke arriveerde tegelijkertijd met de vroedvrouwen en begon te helpen met weeen op te vangen. Net als bij de vorige keer: heel rustig, heel kalm, ze straalde rust en vertrouwen uit. Harald was zo'n beetje klaar met alles klaar te zetten en kwam er nu ook bij om me te helpen, een kalme, vertrouwde aanwezigheid.

Nu de bevalling echt goed aan het doorzetten was wilde ik eindelijk in bad – iets wat eerder niet mocht toen de vliezen wel gebroken waren maar de weeen nog niet op gang waren gekomen: het gevaar voor infecties was te groot. Nu mocht het wel, en ik wilde inderdaad wel proberen of het op die manier makkelijker was om weeen op te vangen.

Al met al heb ik denk ik een kwartiertje in bad gelegen. Het was wel prettig, maar uiteindelijk begon het toch te lastig te worden. Te pijnlijk, beter gezegd, en ik werd rusteloos. Tussen twee weeen door ben ik het bad weer uitgegaan en heb ik me afgedroogd. De weeen waren daarna een stuk heftiger. Ik maakte de laatste aantekeningen rond zeven uur.

De kraamverzorgster arriveerde, een lieve, moederlijke vrouw die Sietz heet – eigenlijk Sietske. De verloskundigen leggen de spullen klaar die ze tijdens en vlak na de bevalling nodig hebben: schaar, navelklem en andere dingen. Ik begin voorzichtig met persen, maar het echte gevoel wat ik me kon herinneren van de vorige keer was er nog niet.

Wederom voelt een van de verloskundigen mee, en zij constateert dat er nog een randje van de baarmoedermond staat en er dus geen volledige ontsluiting was. Weer moet ik – net als de vorige keer – op mijn linkerzij gaan liggen en de weeen 'wegzuchten'. Maximaal tien keer. Van de vorige keer weet ik nog dat ik expres de eerste paar weeen niet had meegeteld en dat de verloskundige toen beweerde dat ik er nog acht moest terwijl ik zeker wist dat het er nog maar zeven of misschien zelfs zes moesten zijn, dus ik drukte Mieke op het hart dat ik deze keer zeker mee zou tellen. Ook Mieke kon zich dat nog levendig herinneren, want ook zij zei: "Deze keer houden we je niet voor de gek."

Ik slaagde erin de eerste weg te zuchten. Mieke hield me vast, praatte tegen me en ik fixeerde me op een boek in de boekenkast, probeerde me alleen daarop te concentreren en op het zuchten en op de pijn. De tweede keer lukte het niet en schreeuwde ik het uit. De derde en vierde wee kon ik wel weer wegzuchten, maar oh, het was niet leuk niet leuk! Ik begon ondertussen écht persdrang te krijgen en perste bij de vierde wee wel iets meer dan 'een beetje' mee. Bij de vijfde wee smeekte ik zo ongeveer of ik alsjeblieft echt mee mocht persen omdat ik het nu echt niet meer hield en dat mocht.

Vanaf dat moment ging het snel. Al gauw was het hoofdje te zien – net als de vorige keer had ik een spiegel aan het voeteneind van mijn bed, zodat ik kon zien wat 'daar beneden' gebeurde. Grappig genoeg het vlies nog voor het hoofdje, dus zo te zien was het vlies niet aan de onderkant gescheurd.

Langzaam, wee na wee, werd de opening groter en was er meer te zien. Na elke wee luisterde de verloskundige even met de doptone naar Esther's hartje. Ze deed het prima en bleef het ook goed doen. Uiteindelijk was er genoeg van het hoofdje te zien – en gleed het ook niet meer terug – en kon er dus naar het hartje geluisterd worden door gewoon de stethoscoop op het hoofdje te zetten.

Er werd toch besloten om maar een knipje te zetten. "Wil jij haar opvangen?" vroeg de verloskundige, en ik geloof dat gedurende de hele bevalling, dat dat de enige vraag was waar ik niet zo snel een coherent antwoord op had. "Ja.. eh.. um.. ik weet niet.. ik zie wel!"

Wee. Persenpersenpersenpersen.. knip.. iets kleins en warms en glibberigs gleed naar buiten, en even later hield ik haar in mijn handen: mijn dochtertje, Esther. Daar was ze dan.

Snel werd ze afgedroogd, tegen me aangelegd. Ik had nog nauwelijks de gelegenheid gehad om goed naar haar te kijken. Het was tien over half negen.

Esther kreeg een warme doek om zich heen, een mutsje op. Ze was groter dan Rachel was, donkere donshaartjes op haar nog vochtige hoofdje. Al vanaf het eerste moment huilde ze, ze had een schitterende apgar score. Toen ze eenmaal bij me lag, was het huilen opgehouden.

Voordat de baarmoeder geboren werd hield ik nog even de navelstreng vast, voelde het bloed erdoorheen kloppen. Dit was negen maanden lang de verbinding tussen Esthertje en mij, de streng die haar voedde en in leven liet. Een voorzichtige ruk en de placenta gleed naar buiten. Het werd goed nagekeken: zo te zien helemaal gaaf.

Daarna gingen dingen snel. Esthertje probeerde te drinken en dat leek al vanaf het begin goed te gaan: ze zocht, hapte – de eerste pogingen waren nog wat onbeholpen, want voor Esther was het natuurlijk de eerste keer en voor mij was het ook alweer een tijdje geleden dat er een kleintje dronk aan mijn borst. Maar al gauw lag ze tevreden te sabbelen.

De knip moest natuurlijk worden gehecht en dus werd Esther overgedragen aan Harald, die haar nu een poos vast kon houden. Ondertussen kreeg ik een verdoving (auw!) en kwam het onaangename karwei van hechten. Niet lief.

Daarna ging ik onder de douche en werd Esther ondertussen goed nagekeken en aangekleed. Ze heeft het juiste aantal vingertjes en teentjes, verder geen zichtbare afwijkingen, reflexen allemaal goed, kortom, naar het zich laat aanzien een mooi, gezond kind.

Welkom, lieve Esther. We zijn blij dat je er bent.